zaterdag 15 november 2014

Waterputten

Er zijn een aantal waterputten gevonden.

Er zijn op het terrein vlak bij het huis van Leerlooier Hendrik Teluij zijn ook een aantal waterputten gevonden. Ze waren gemaakt van taps toelopenden bakstenen, gefundeerd op een ronde basis van eikenhouten planken. De putten waren ongeveer 4 meter diep. Onderin stond een laag grondwater. Helaas konden de putten niet bewaard blijven. Van een put is wel de houten fundering bewaard en 2 lagen bakstenen. De kans is groot dat die stenen gebakken zijn in veldovens in Sambeek of aan de Steenoven te Boxmeer. De stenen zijn vrij poreus en dus niet bij een hoge temperatuur gebakken.
Na gedroogd te zijn worden de gevormde bakstenen gebakken. Dit bakken of stoken gebeurde vroeger in periodieke ovens (veldovens); in de 2de helft 19de eeuw werd overgegaan op continu brandende ringovens , zigzagovens en vlamovens.
 







3 zware bouwornamenten van Bentheimer zandsteen

3 zware art nouveau bouwornamenten.

 
In de looiputten troffen de archeologen van het ADC een 3 tal bouwornamenten aan. Ze zijn in jugendstil of art nouveau-stijl gemaak en dateren van omstreeks 1900. Het materiaal is Bentheimer zandsteen Hoe die ornamenten hier terecht zijn ge...komen dat weten we niet, nog waarvoor ze gebruikt zijn of zouden worden. Misschien heeft Looier Hendrik Teluij ze aangeschaft om er een toegangspoort meer te versieren, dat zou in ieder geval indruk gemaakt hebben.

Scharnier- en grendelstenen: Grote stenen met uithollingen.


Scharnier- en grendelstenen:
 
Op een van de foto's in het vorige bericht, ziet men onder in een van de looiputten enkele grote zwerfkeien liggen. Bij nader onderzoek bleek dat in die grote keien uithollingen waren gemaakt. De betekenis van die uithollingen wordt hierond...er beschreven.

Scharnier- en grendelstenen:
Tijdens de Romeinse overheersing van ons land was het gebruik
van scharnierstenen al bekend. Men gebruikte daar zwerfstenen voor. Zware houten deuren liet men aan de scharnierkant op een platte steen met daarin een ondiepe uitholling draaien. Aan de onderkant van de deur bevestigde men een ijzeren of houten pen die in de uitholling van de steen draaide. Zo waren de zware houten deuren betrekkelijk makkelijk open en dicht te krijgen. Scharnierstenen waren in de Middeleeuwen op boerderijen in
Nederland algemeen in gebruik. Men liet bij voorkeur de
zware schuurdeuren op dergelijke stenen scharnierpunten draaien. In principe was iedere steen met een platte kant daarvoor geschikt, mits de grootte voldeed.

Het kan ook zijn dat men die grote stenen gebruikt heeft om de huiden in de looiput "onder water" te houden.

Grendelstenen

vrijdag 14 november 2014

De sloop van de boederij van, van den Bosch, het huis van Piet Moors en Jan Plender te Boxmeer


Bijzonder vondst bij de grondsanering en afbraak van de boederij van den Bosch, het huis van Moor en Plender in Boxmeer.
 
klikhier :video van de sloop van het huis van Piet Moors.

klikhier :video sloop van het huis van Jan Plender.



Bij de sloop restanten van de boerderij van den Bosch, het huis van Plender en het huis van Moors in 2012 zijn interessante vondsten gedaan. Geheel onverwacht kwam op die plek de leerlooierij van Hendrik van Teluij uit 1831 te voorschijn met een huisplattegrond, schuurtjes en looiputten.
Ik het minuutplan van het Kadaster staat hij vermeld als eigenaar van het grondstuk 667 met als beroep looier.

In het minuutplan van het kadaster uit 1829/1832 staan alle percelen  op nummer vermeld. Tevens vindt men er een beschrijving ( naam en beroep)van de eigenaar van het perceel.
De 4 looiputten waren gemaakt van eikenhouten planken op eikenhouten balken, in de vorm van een grote kist. De zijkanten en onder de bodem van de bekisting was een dikke kleilaag van 25 cm aangebracht om het geheel waterdicht te maken. Verder naar het westen bevond zich een oude gedempte looiput waasvan alleen het hout rondom nog over was. De dikke planken waren verbonden met een pen gat verbinding, c.q. deuvels. Bij de plattegrond van het woonhuis bevond zich een bakstenen looiput. Deze was ook afgesmeerd met een laag van 25 cm klei.Toen de putten in onbruik zijn geraak, heeft met ze gebruikt als vuilstort. Veel oude wijnflessen werden eruit geborgen.



 



 
 
 


 

Onderzoek reconstructie Steenstraat 2014


 
Onderzoek reconstructie Steenstraat
 
Tijdens de reconstrucie van de Steenstraat voor de St. Petrus Basiliek is er onderzoek gedaan met de metaaldetector. Er zijn talrijke interessante vondsten gedaan o.a. een munt van het Herzogtum Nassau uit 1822. De oudste munt die er gevond...en is is een duit van Transisalania (Overijssel) uit 1628. Ook kwam er een duit te voorschijn van Batenburgum(Batenburg) en een rekenpenning van Ferdinant en Isabella geslagen te Neurenberg. Opvallend is dat er meerdere duiten uit Overijssel gevonden zijn, ook een uit 1767.
 
 
 

zondag 24 november 2013

Zeer oude Paardengraven in het centrum van Boxmeer t.o.v. de St. Petrusbasiliek

Zeer oude Paardengraven in het centrum van Boxmeer t.o.v. de St. Petrusbasiliek

 
 
Bij de opgraving door het ARC Groningen in juni 2011 werd aan de Steenstraat te Boxmeer tegenover de St. Petrusbasiliek een opmerkelijke, niet alledaagse, vondst gedaan.
Er werden zeer oude 2 paardengraven aangetroffen.
In het opgravingsverslag schrijven de archeologen die gespecialiseerd zijn in botmateriaal het volgende:
 
 
Paardengraven:
Naast de paalsporen, waaruit grotendeels het aardewerk met een datering tussen 1000 en 1300 is gevonden, zijn 2 kuilen met daarin de skeletten van paarden gevonden. Beide paardengraven zijn ongeveer even groot, 2,15 * 1,15 m.Aan de hand van de positie van de botten lijken de paarden in een kuil gegooid te zijn.De oriƫntatie van beide graven is ZW-NO

Faunaresten:
Er is een klein aantal dierlijke resten gevonden. Het gaat hierbij om 81 losse resten uit diverse sporen, voornamelijk daterend uit de Nieuwe Tijd. Daarnaast zijn 2 deelskeletten van paarden gevonden. Op basis van het aardewerk uit dezelfde context worden deze deelskeletten in de periode tussen 700 en 1300 gedateerd maar de robuustheid van de skeletten plaatst ze waarschijnlijk in de periode van de 9e - 10e eeuw.

Het deelskelet (vnr. 21) van paard was een dier met een leeftijd van ca. 23 jaar.De aanwezige slijtage sporen kan er op wijzen dat dit dier vrij zware arbeid heeft verricht.Op basis van verder onderzoek had dit dier had een schofthoogte van 150 cm.

Het andere deelskelet (vnr. 22) bestond uit een vrijwel compleet skelet. Op basis van de tandafslijting kon de leeftijd niet bepaald worden, maar het betreft zeker een volwassen dier. De schofthoogte is 160 cm. Beide dieren zijn zeer groot. Pas na de ontwikkeling van het haam, in vermoedelijk de 9e - 10e eeuw was het mogelijk dat paarden zware lasten gingen trekken en is het grote koudbloed paard ontwikkeld.

De paardengraven illustreren het bekende gegeven dat paardenvlees in normale omstandigheden niet werd gegeten.

De overige dierlijke resten dateren uit de nieuwe tijd.
 
 
 

 
 
 

 
 
 

 
 

 
 

 
Met dank aan Jan Hutten die met heel veel geduld het skelet heeft blootgelegd.
Dick Reijnen